Eind 2010 dienen de gemaakte afspraken om te komen tot een verbetering van de bestuursstructuur van de Nederlandse Antillen te zijn uitgevoerd. Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba zetten dan de laatste stappen naar hun nieuwe status als land dan wel openbaar lichaam binnen het Nederlands staatsbestel. Het staatkundig proces is geen doel op zich: met het opheffen van het land Nederlandse Antillen verdwijnt een bestuurslaag.
De ontmanteling van het Land Nederlandse Antillen, de inrichting van de openbare lichamen en de opbouw van de nieuwe landen is het resultaat van een lang, intensief en gezamenlijk proces. Ook in deze laatste fase van het staatkundig proces die zich vooral richt op het gereed maken van de instituties, is deze gezamenlijke inspanning cruciaal. Het proces van ontmanteling en opbouw van entiteiten zijn in deze fase immers sterk met elkaar verweven. Zo worden in de aanloop naar deze transitie mogelijk al in 2009 taken van het land Nederlandse Antillen overgeheveld naar de nieuwe landen en Nederland. In 2010 zal deze gefaseerde overdracht van taken zich in toenemende mate voortzetten, danwel aanvangen. De gewenste verbeteringen op sociaal, economisch en bestuurlijk gebied en daarmee de verbetering van het welzijn van de bevolking wordt daarmee steeds zichtbaarder.
Sint Maarten en Curaçao
Sint Maarten en Curaçao zijn bezig de noodzakelijke voorbereidingen te treffen om te kunnen voldoen aan de criteria voor het worden van land. Voor dit proces zijn zij zelf verantwoordelijk. Op 15 december 2008 heeft een rondetafelconferentie plaatsgevonden waarin de organieke wetten en staatregelingen van de toekomstige landen Curaçao en Sint Maarten zijn getoetst. Ook over de gezamenlijke consensusrijkswetgeving is overeenstemming bereikt. De rijkswetten zijn in 2009 voor parlementaire besluitvorming voorgelegd, de behandeling ervan zal een deel van 2010 in beslag nemen. Voor de parlementaire goedkeuring van de eigen regelgeving voor de toekomstige landen Curaçao en Sint Maarten zijn de eilanden zelf verantwoordelijk.
Bij de start van het staatkundig proces is ook afgesproken dat vóór de inwerkingtreding van de nieuwe status een institutionele toets plaatsvindt. Daaruit moet blijken dat de nieuwe entiteiten aan de in 2006 afgesproken criteria van het staatkundig proces voldoen. Ze moeten kunnen aantonen niet alleen op papier, maar ook in praktijk klaar te zijn om hun verantwoordelijkheden te kunnen nemen. Deze omvangrijke en grotendeels institutionele toets is gestart in 2009 en zal conform afspraak resulteren in een slot Rondetafelconferentie welke is voorzien in 2010.
Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Gelijktijdig met de parlementaire behandeling van de noodzakelijke regelgeving voor de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius, wordt de uitvoering van de regelgeving voorbereid zodat de eilanden en de departementen uiterlijk per transitiedatum, maar in veel gevallen al eerder, gereed zijn om hun nieuwe verantwoordelijkheden te nemen. Deze voorbereiding vindt voor een groot deel plaats op en met de eilanden zelf. Veel departementen hebben daartoe kwartiermakers aangesteld, die hun werkzaamheden verrichten vanuit een van de Regionale Service Centra op Bonaire, Saba of Sint Eustatius. Ook is ter begeleiding en bevordering van de samenwerking tussen de eilandbesturen van de BES-eilanden en de departementen eind 2008 een commissaris voor de BES benoemd.
Schuldsanering
De schuldsanering die in 2009 is gestart moet een belangrijke bijdrage leveren aan het bereiken van een gezonde financiële startpositie van de eilanden. Deze schuldsanering zal ook in 2010 worden voortgezet zolang de entiteiten blijven voldoen aan de daaraan gestelde voorwaarden. De belangrijkste daarvan is blijvende medewerking met het College financieel toezicht (Cft) en in het geval van het Land Nederlandse Antillen en Curaçao een positief advies van het Cft bij de begrotingen. Ook naleving van de afspraken met het Cft die nodig zijn om een positief advies te krijgen behoort tot de voorwaarden. Een gezonde financiële startpositie wordt immers bewerkstelligd door zowel een draagbare schuldenlast bij de start van de nieuwe staatkundige verhoudingen als door een blijvend gezond begrotingsbeleid en een verbeterd financieel beheer. Dit laatste is belangrijk om te voorkomen dat de nieuwe entiteiten opnieuw wegglijden in een onbeheersbare schuldenlast.
Bestuurskracht en rechtshandhaving
De bestuurlijke slagkracht van de eilanden is ook in 2010 een belangrijk aandachtspunt. Het waarborgen van een goed functionerend bestuur is immers een van de belangrijkste doelstellingen van het staatkundig proces. Via het samenwerkingsprogramma Institutionele Versterking en Bestuurskracht zijn alle eilanden ondersteund bij het versterken van hun bestuurlijk en ambtelijk apparaat in de aanloop naar hun nieuwe status. Deze verbetertrajecten duren voort tot in 2010. Ook de samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordt met dit doel in 2010 gecontinueerd. Daarnaast heeft Nederland in 2009 gezorgd voor personele ondersteuning van de kabinetten van de gezaghebbers, welke in 2010 wordt voortgezet.
De samenwerking en ondersteuning op het terrein van de rechtspleging en rechtshandhaving wordt zowel door de consensusrijkswetten als door andere samenwerkingsregelingen ingevuld. In de toekomst zal deze ondersteuning niet langer plaatsvinden op basis van het samenwerkingsbeleid, maar zal de grondslag liggen in de waarborgfunctie. De schaalgrootte van de eilanden noopt ook na transitie tot samenwerking om voldoende kwaliteit en kwantiteit te kunnen waarborgen. De Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba is hiervoor een goed voorbeeld. In 2010 wordt de implementatie van de consensusrijkswet politie en de benodigde verbeteringen van de politieorganisaties doorgevoerd met ondersteuning vanuit Nederland. Een goede implementatie van alle consensusrijkswetten op het terrein van de rechtspleging en rechtshandhaving is van groot belang. Zo wordt voor een kwaliteitstraject voor een periode van ongeveer drie jaar ondersteuning geleverd aan de drie toekomstige politiekorpsen en de Gemeenschappelijke Voorziening Politie. Met het oog op de implementatie van de Rijkswet politie zullen nadere afspraken gemaakt moeten worden tussen de regeringen van Nederland en de Nederlandse Antillen en de bestuurscolleges van Curaçao en Sint Maarten over de feitelijke overgang naar de korpsen van de werkzaamheden waarmee thans het recherchesamenwerkingsteam (RST) is belast. Alhoewel er voor het Plan Veiligheid Nederlandse Antillen in 2010 geen aanvullende middelen beschikbaar zijn gesteld, zal de uitrol van de lopende trajecten nog de nodige aandacht vergen. Ook wordt in 2010 bezien hoe de succesvolle inzet van de Koninklijke Marechaussee kan worden bestendigd.
Aruba
In 2010 zal naar verwachting het onderzoek naar de staat van het bestuur op Aruba worden afgerond. Op basis van de resultaten van het onderzoek zal worden beoordeeld of er aanleiding is om nadere maatregelen te nemen en op welk niveau dat zou moeten gebeuren. Dit neemt niet weg dat de verbetering van de vreemdelingenketen en het Korps Politie Aruba met kracht moeten worden voortgezet. Hier ligt de eerste verantwoordelijkheid bij het land Aruba. De financiering komt uit de resterende middelen van het samenwerkingsprogramma tussen Nederland en Aruba. In 2009 heeft Nederland zijn laatste bijdrage aan het ontwikkelingsfonds Fundo Desaroyo Aruba (FDA) gestort.
Net als op de andere eilanden zal de financiële crisis niet geheel aan Aruba voorbij gaan. Het feit dat Aruba de overheidsfinanciën redelijk op orde heeft, geeft de hoop dat Aruba de gevolgen van de crisis redelijk zal doorstaan.
Visie op de toekomst van het Koninkrijk
Tot slot zal 2010 in het teken staan van de toekomst van het Koninkrijk. De huidige staatkundige verhoudingen vormen een logische aanleiding om deze toekomst opnieuw te beschouwen. Welke gevolgen hebben de huidige ontwikkelingen voor de toekomst en wat betekent dat voor de inrichting van en verhoudingen binnen het Koninkrijk? Heeft de nieuwe staatkundige structuur gevolgen voor de wijze waarop invulling gegeven wordt aan de waarborgfunctie en wat betekent dat in de praktijk? Wat betekent de nieuwe structuur voor de wijze waarop met elkaar wordt omgegaan in het Koninkrijk? Veranderen de recente ontwikkelingen hoe de burgers tegen het Koninkrijk aankijken? Delen de burgers van het Europese deel en het Caribische deel van het Koninkrijk dezelfde ambities ten aanzien van het Koninkrijk? Over deze en andere vragen zal een aantal symposia worden georganiseerd. De resultaten van deze symposiumreeks leveren een belangrijke bijdrage aan de te formuleren «visie op de toekomst van het Koninkrijk».
| < Prev | Next > |
|---|









